heugen
Uiterlijk
- heu·gen
- van Middelnederlands hogen, op te vatten als afgeleid van heug zn met het achtervoegsel -en, in de betekenis van ‘herinnerd worden’ aangetroffen vanaf 1330 [1] [2] [3]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| heugen |
heugde |
geheugd |
| zwak -d | volledig | |
heugen
- onpersoonlijk in de herinnering bijblijven
- "Het zal je heugen!" sprak hij dreigend.
- overgankelijk in de herinnering oproepen
- "De Zeeusche stroomen heugen … van uw verliefde klagten"
zich heugen
- wederkerend uit de herinnering oproepen
- ik heug me die middag nog goed.
- [3] zich herinneren
- Het woord heugen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "heugen" herkend door:
| 97 % | van de Nederlanders; |
| 75 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑ heugen op website: Etymologiebank.nl
- ↑ "heugen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -en in het Nederlands
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Onpersoonlijk werkwoord in het Nederlands
- Overgankelijk werkwoord in het Nederlands
- Wederkerend werkwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 97 %
- Prevalentie Vlaanderen 75 %