heterofilie

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • he·te·ro·fi·lie
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heterofilie -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

heterofilie v

  1. heteroseksualiteit

Gangbaarheid

75 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.