hertogdom

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

hertogdom Brabant
Uitspraak
Woordafbreking
  • her·tog·dom
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hertogdom hertogdommen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hertogdom o [2]

  1. het gebied dat onder leiding staat of stond van een hertog
    • De karavaan had zich gevormd in Ulm, in het hertogdom Schwaben. `Fritta is een Duitser,' vertelde Cullen. 'Erg toeschietelijk kun je hem niet noemen, maar gezien de struikrovers die de streek onveilig maken doe je er goed aan je bij ons aan te sluiten.'[3] 
    • Na veel zoeken, wikken en wegen werd het de Duitse prins Hendrik,een forse, goedmoedig uitziende man, enkele jaren ouder dan Wilhelmina, die zijn dagen placht te vullen met jagen in de uitgestrekte bossen van de familielanderijen in het noordoostelijke hertogdom Mecklenburg-Schwerin, het meest feodale staatje van Europa.[4]  
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. hertogdom op website: Etymologiebank.nl
  2. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  3. Gordon,Noah De Heelmeester Vertaald door Thomas Mass 2006 ISBN 978-90-245-5496-6 pagina 170
  4. Withuis, Jolande Juliana 2016 ISBN 978-90-234-3523-5 pagina 43