herstelde

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·stel·de

Werkwoord

vervoeging van
herstellen

herstelde

  1. enkelvoud verleden tijd van herstellen
    • Ik herstelde. 
    • Jij herstelde. 
    • Hij, zij, het herstelde.