herredømmers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Deens

Woordafbreking
  • her·re·døm·mers

Zelfstandig naamwoord

herredømmers, mv

  1. onbepaalde vorm genitief meervoud van herredømme


Noors

Woordafbreking
  • her·re·døm·mers

Zelfstandig naamwoord

herredømmers, mv

  1. onbepaalde vorm genitief meervoud van herredømme