herordening

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·or·de·ning
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord herordening herordeningen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herordening v

  1. het iets opnieuw en anders regelen
    • De directie en commissarissen van ProRail hebben persoonlijk veel te verliezen bij een herordening van het spoor. Als de Tweede Kamer besluit te tornen aan de onafhankelijkheid van de spoorbeheerder, wordt de zelfstandige ProRail-directie mogelijk overbodig. [2] 
    • Zijn stuwmeer aan gedachten over herordening van de Nederlandse gezondheidszorg kwam tot lediging na een telefoontje van een collega. Wittens: „Die was bezig met een operatie aan de bloedvaten in het been. De patiënt was onder narcose en halverwege de ingreep was de vraag aan mij: hoe gaan we nu het beste verder? Nu ben ik goed bekend met chirurgische ingrepen als deze. Ik deed wat ik altijd doe, want kennis verbreiden is mijn taak: ik vertelde de collega dat hij achteraf beter een ander type scan had kunnen maken om het probleem te kunnen lokaliseren en hoe hij nu het beste verder kon handelen.” [3] 
    • ”Er is een hele serie aan nieuwe spelers” zei Schmidt tijdens een paneldiscussie. ”Er komt een herordening van wie marktleider is dankzij de opkomst van de app op de smartphone." [4] 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Verwijzingen