hernieuwden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·nieuw·den

Werkwoord

vervoeging van
hernieuwen

hernieuwden

  1. meervoud verleden tijd van hernieuwen
    • Wij hernieuwden. 
    • Jullie hernieuwden. 
    • Zij hernieuwden.