Naar inhoud springen

hermaak

Uit WikiWoordenboek
  • her·maak
vervoeging van
hermaken

hermaak

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hermaken
    • Ik hermaak. 
  2. gebiedende wijs van hermaken
    • Hermaak! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hermaken
    • Hermaak je?