herleidden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·leid·den

Werkwoord

vervoeging van
herleiden

herleidden

  1. meervoud verleden tijd van herleiden
    • Wij herleidden. 
    • Jullie herleidden. 
    • Zij herleidden.