herlaadde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·laad·de

Werkwoord

vervoeging van
herladen

herlaadde

  1. enkelvoud verleden tijd van herladen
    • Ik herlaadde. 
    • Jij herlaadde. 
    • Hij, zij, het herlaadde.