hergaf

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·gaf

Werkwoord

vervoeging van
hergeven

hergaf

  1. enkelvoud verleden tijd van hergeven
    • Ik hergaf. 
    • Jij hergaf. 
    • Hij, zij, het hergaf.