herenteam

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

het herenteam bij voetballen
Uitspraak
Woordafbreking
  • he·ren·team
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord herenteam herenteams
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

herenteam o

  1. (sport)
    • Na maanden van onderhandelingen tekende de overheid een akkoord voor de oprichting van de nieuwe club met drie teams, aldus dagblad El Espectador. Een herenteam dat in de tweede divisie van start gaat, een team voor spelers onder de 20 jaar en een damesteam.[1] 
    • Meedoen aan de Paralympische Spelen is de grote droom van de talentvolle rolstoelbasketballer. Inmiddels is Twigt zes dagen per week op het basketbalveld te vinden. Hij traint bij het nationale team (U22) en vanaf eind februari 2017 ook met het Nederlands herenteam. Daarnaast maakt hij deel uit van het eredivisieteam van Only Friends.[2] 
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. de Telegraaf 23 apr. 2017
  2. de Telegraaf 10 apr. 2017