herderin

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • her·de·rin
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van herder met het achtervoegsel -in
enkelvoud meervoud
naamwoord herderin herderinnen
verkleinwoord herderinnetje herderinnetjes

Zelfstandig naamwoord

herderin v

  1. (beroep) begeleidster en bewaakster, meestal van een kudde schapen of ander vee
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.