hennengatskoker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·nen·gats·ko·ker
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord hennengatskoker hennengatskokers
verkleinwoord hennengatskokertje hennengatskokertjes

Zelfstandig naamwoord

hennengatskoker m

  1. (scheepvaart) de koker in de achterkant van een zeilschip waar de roerkoning van een doorgestoken roer doorheen steekt
    • Kunt u mij de hennengatskoker aanwijzen? 
Verwante begrippen

Gangbaarheid