henna

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·na
enkelvoud meervoud
naamwoord henna -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

henna v/m

  1. (plantkunde) Lawsonia inermis op Wikispecies een struik uit de kattenstaartfamilie (Lythraceae op Wikispecies)
    Op veel plaatsen in het Midden-Oosten kan henna aangetroffen worden.
  2. de rode kleurstof gewonnen uit [1]
    Zij had haar haar geverfd met henna.
Vertalingen

Gangbaarheid

97 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie