henge

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • hen·ge
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
henge
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
ghengt
enkelvoud meervoud
1e persoon ich heng mir henge
2e persoon du hengscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
hengt
henge
hengt
henge
henge
3e persoon er hengt sie henge
sie hengt
es hengt

Werkwoord

henge

  1. hangen
Opmerkingen