heim­ild­

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

IJslands

Uitspraak
f-sterk enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   heimild     heimildin     heimildir     heimildirnar  
genitief   heimildar     heimildarinnar     heimilda     heimildanna  
datief   heimild     heimildinni     heimildum     heimildunum  
accusatief   heimild     heimildina     heimildir     heimildirnar  

Zelfstandig naamwoord

heim­ild­, v

  1. bevoegdheid, machtiging, recht, toestemming, vergunning
  2. (letterkunde), (taalkunde) bewijs, bewijsmateriaal, bron
Synoniemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • [1]: að hafa heimild til einhvers
tot iets bevoegd zijn
tot iets gemachtigd zijn

Zelfstandig naamwoord

heim­ild­

  1. datief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van heimild

heim­ild­

  1. accusatief onbepaald vrouwelijk enkelvoud van heimild