heiligt

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·ligt

Werkwoord

vervoeging van
heiligen

heiligt

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
    • Jij heiligt. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
    • Hij heiligt. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van heiligen
    • Heiligt!