heiligen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·li·gen
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

heiligen

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
heiligen
heiligde
geheiligd
zwak -d volledig
  1. heilig verklaren, eren, behandelen als een heilige
    • Want in zes dagen heeft de HEERE den hemel en de aarde gemaakt, de zee en al wat daarin is, en Hij rustte ten zevenden dage; daarom zegende de HEERE den sabbatdag, en heiligde denzelven. [1] 

Zelfstandig naamwoord

heiligen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord heilige

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Exodus 20:11

Meer informatie