heiligde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·lig·de

Werkwoord

vervoeging van
heiligen

heiligde

  1. enkelvoud verleden tijd van heiligen
    • Ik heiligde. 
    • Jij heiligde. 
    • Hij, zij, het heiligde.