heilig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hei·lig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heilig heiliger heiligst
verbogen heilige heiligere heiligste
partitief heiligs heiligers -

Bijvoeglijk naamwoord

heilig

  1. door wijding aan het goddelijke bijzonder gemaakt
Antoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • De heilige hermandad
de politie [2]
  • Een heilig boontje zijn
erg braaf zijn
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
heiligen

heilig

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
    • Ik heilig. 
  2. gebiedende wijs van heiligen
    • Heilig! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van heiligen
    • Heilig je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl
  2. onzetaal.nl