hegemonie
Uiterlijk
- he·ge·mo·nie
- Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overwicht van een staat’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1847 [1] [2][3]
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | hegemonie | hegemonieën |
| verkleinwoord | - | - |
de hegemonie v
- (politiek) overwicht van een staat of een partij
- Het woord hegemonie staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "hegemonie" herkend door:
| 76 % | van de Nederlanders; |
| 81 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "hegemonie" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ hegemonie op website: Etymologiebank.nl
- ↑ Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- WikiWoordenboek:Pagina's die ISBN magische koppelingen gebruiken
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Politiek in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 76 %
- Prevalentie Vlaanderen 81 %