heethoofdig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heet·hoof·dig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen heethoofdig heethoofdiger heethoofdigst
verbogen heethoofdige heethoofdigere heethoofdigste
partitief heethoofdigs heethoofdigers -

Bijvoeglijk naamwoord

heethoofdig

  1. een persoon is heethoofdig als hij snel boos wordt
    • Witness to the Execution (Tommy Lee Wallace, 1994, VS). Heethoofdig programmamaakster wil haar kijkcijfers wat opkrikken door een live-executie op de televisie uit te zenden. [1] 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen

  1. NRC 6 januari 1998
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be