heesse

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • heis·se
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
heesse
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
keesse (!!!)
enkelvoud meervoud
1e persoon ich heess mir heesse
2e persoon du heescht [1] dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
heesst
heesse
heesst
heesse
heesse
3e persoon er heesst sie heesse
sie heesst
es heesst

Werkwoord

heesse

  1. betekenen, heten, noemen
  2. aanvragen, verzoeken, vragen
Opmerkingen

Verwijzingen

  1. Als de woordstam op een sisklank eindigt vervalt de sibilant [ss].