heerschappij

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heer·schap·pij
Woordherkomst en -opbouw
  • Afgeleid van heer met het achtervoegsel -schap en met het achtervoegsel -ij. [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord heerschappij heerschappijen
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

heerschappij v

  1. (politiek) geheel der dingen waarover iemands macht zich uitstrekt, waarover hij heerst (bewind uitoefent) en het daarbij horende gezag geniet
    heerschappij bij Woordenboek der Nederlandse taal (1500 tot ...)
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen