heenweg

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heen·weg
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heenweg heenwegen
verkleinwoord heenwegje
heenweggetje
heenwegjes
heenweggetjes

Zelfstandig naamwoord

heenweg m

  1. Reis van vertrekpunt naar bestemming; eerste helft van een reis heen en terug.
    • Op de heenweg hadden we vertraging, maar op de terugweg ging alles vlotjes. 
Antoniemen
Synoniemen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie