heenronde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • heen·ron·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord heenronde heenrondes
heenronden
verkleinwoord heenrondetje heenrondetjes

Zelfstandig naamwoord

heenronde v/m

  1. de eerste helft van de competitie, iedere club heeft dan éénmaal tegen iedere andere club gespeeld
    • De club die op de eerste plaats staat na de heenronde wordt herfstkampioen genoemd. 

Gangbaarheid

43 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.