heemkumme

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Pennsylvania-Duits

Uitspraak
Woordafbreking
  • heem·kum·me
vervoeging
tegenwoordige tijd, aantonende wijs, bedrijvende vorm
onbepaalde
wijs
heemkumme
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
heemkumme
enkelvoud meervoud
1e persoon ich heemkumm mir heemkumme
2e persoon du heemkummscht dihr / der
dihr / der
ihr / er
ihr / er
nihr / ner
heemkummt
heemkumme
heemkumme
heemkummt
heemkumme
3e persoon er heemkummt sie heemkumme
sie heemkummt
es heemkummt

Werkwoord

heemkumme

  1. thuiskomen
Opmerkingen

Werkwoord

heemkumme

  1. voltooid (verleden) deelwoord van heemkumme
Opmerkingen

Werkwoord

iss heemkumme

  1. derde persoon enkelvoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van heemkumme

sin heemkumme

  1. derde persoon meervoud voltooide tijd aantonende wijs bedrijvende vorm van heemkumme
    «Noch em aerschde Welt Grieg, Soldaate vun Australia sin heemkumme un sin zerick zu ihre alde Tschopps as Bauern gange.»
    Na de Eerste Wereldoorlog kwamen de soldaten uit Australië thuis en gingen terug naar hun oude baan als boeren.