heck
Uiterlijk
- [A] (zelfstandig naamwoord) Afleiding van hatch [1]
- [B] (tussenwerpsel, zelfstandig naamwoord) Eufemistische verbastering van hell tw
| enkelvoud | meervoud |
|---|---|
| heck | hecks |
[A] heck
[B] hell
- (krachtterm) potdomme, potdorie, verdekke tw , verdikkeme, verdomme, verdorie, verduiveld tw , verdulleme
| vervoeging | |
|---|---|
| onbepaalde wijs | to heck |
| he/she/it | hecks |
| verleden tijd | hecked |
| voltooid deelwoord |
hecked |
| onvoltooid deelwoord |
hecking |
| gebiedende wijs | heck |
heck
heck
- [2] mess up
Categorieën:
- Woorden in het Engels
- Woorden in het Engels van lengte 4
- Woorden in het Engels met audioweergave
- Woorden in het Engels met IPA-weergave
- Zelfstandig naamwoord in het Engels
- Veeteelt in het Engels
- Visserij in het Engels
- Tussenwerpsel in het Engels
- Krachtterm in het Engels
- Werkwoord in het Engels
- Eufemisme in het Engels
- Religie in het Engels
- Overgankelijk werkwoord in het Engels