haviksoog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·viks·oog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord haviksoog haviksogen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

haviksoog o [1]

  1. heel goed scherp oog dat alles ziet en waarvoor je dus niets verborgen kunt houden
    • Het haviksoog van Jan Streuer heeft er mede voor gezorgd dat Shakhtar Donetsk al jarenlang op het hoogste Europese podium staat. De man die zeven jaar betrokken was bij de Oekraïense topclub, morgenavond tegenstander van Feyenoord in de Champions League, heeft Shakhtar met de vondst van twee spelers alleen al dik tachtig miljoen opgeleverd.[2] 
    • Ze zijn de 'Sjors en Sjimmie'van de landelijke eenheid. Met haviksogen bespieden Cor en Simon vanuit hun onopvallende auto andere weggebruikers op de A15. Deze snelweg van Nijmegen naar Tiel is voor even het werkterrein van deze politieagenten tijdens de vier dagen durende internationale actie ’Trevium’ tegen rondreizende criminelen.[3] 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. de Telegraaf 31 okt. 2017
  3. de Telegraaf GUUS LIEKAMM 29 jun. 2015