haviken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ha·vi·ken

Zelfstandig naamwoord

haviken mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord havik

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.