harte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • har·te

Zelfstandig naamwoord

harte

  1. datief enkelvoud van hart, archaïsche vorm die in enkele staande uitdrukkingen voorkomt
Uitdrukkingen en gezegden
  1.  `Van Sinterklaas tot Sintemaarten' is bestemd voor Nederland en Vlaanderen. Wij hopen van harte dat het boek, mede door de grote toewijding waarmee Otto Dicke het heeft geïllustreerd, met vreugde gebruikt zal worden. Niet alleen voor de jeugd, in gezin en school, maar ook door alleenstaanden en zieken. Kortom: allen die zich willen verdiepen in de 'feestelijke' kant van het leven.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Marijke van Raephorst op Wikipedia “Het hele jaar rond: van Sinterklaas tot Sintemaarten” (1973), Lemniscaat op Wikipedia, p. 7


Nedersaksisch

Zelfstandig naamwoord

harte

  1. (anatomie) hart; holle spier die door geregeld samen te trekken bloed door het lichaam pompt


Veluws

Zelfstandig naamwoord

harte

  1. (anatomie) hart; holle spier die door geregeld samen te trekken bloed door het lichaam pompt