Naar inhoud springen

harpagon

Uit WikiWoordenboek
  • har·pa·gon
enkelvoud meervoud
naamwoord harpagon harpagons
verkleinwoord

deharpagonm

  1. (persoon) (verouderd) iemand die wat hij heeft voor zichzelf wil houden en daarom erg zuinig is en niet met anderen wil delen
     Allemansvrienden zijn niemandsvrienden en worden door hun toegeeflijkheid verteerd en uitgehold. (…) Delen's vriendschap bezit waarde, omdat hij er als een oprechte harpagon mee omspringt.[1]
      Men zon, zoo zeggen, op zoo'n eiland moest men hier en daar nog een harpagon aantreffen die zijn geld in de „oude kous" onder z'n hoofdkussen bewaart, maar neen, daar is geen sprake van, wellicht door den invloed van de loodsen, die meer met de ideeën van het vaste land zijn bezield.[2]
  1. Bronlink geraadpleegd op 7 augustus 2025 Weblink bron
    J. Greshoff
    Agenda zonder data in: De Gids., jrg. 120 deel 1 nr. 2 (februari 1957), P.N. van Kampen & zoon, Amsterdam, p. 133
  2. Bronlink geraadpleegd op 7 augustus 2025 Weblink bron Het eiland Vlieland. in: Nieuwe Harlinger Courant, jrg. 24 nr. 34 (27 april 1923), S.W. Houtsma, Harlingen, p. 1 kol. 2