hardheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

[2] meten van hardheid volgens Brinell
[5] de hardheid van Röntgenstralen is het dooordringend vermogen van de stralen
Uitspraak
Woordafbreking
  • hard·heid
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van hard met het achtervoegsel -heid
enkelvoud meervoud
naamwoord hardheid hardheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

hardheid v [1]

  1. psychische ongevoeligheid
    • Na de desastreuze verkiezingsuitslag voor de PvdA waagde partij-ideoloog Paul Kalma, oud-Kamerlid en oud-directeur van de Wiardi Beckman Stichting (wetenschappelijk bureau van de PvdA), zich zaterdag 18 maart aan een verklaring. Hij uitte kritiek op het lage sociaal-democratische gehalte van zijn partij, een verkiezingsprogramma waarin stond dat het in Nederland „gelukkig weer de goede kant” opgaat, mede door de pijnlijke bezuinigingsmaatregelen van het kabinet-Rutte II. Volgens Kalma bagatelliseerde zijn partij de hardheid van saneringen terwijl de opbrengst van beleid te gunstig is voorgesteld. In dit verband schreef hij dat afgelopen jaren in Frankrijk „veel minder bezuinigd is”, terwijl de groei in dat land hoger is.[2] 
  2. een eigenschap van materialen
    • En dan is er nog ‘dondersneeuw’ - dat is onweer met sneeuw - en, in oplopende mate van hardheid: ‘papsneeuw’, ‘plaksneeuw’ en ‘paksneeuw’. Ze zeggen wel eens dat de eskimo’s honderd woorden voor sneeuw hebben - wat overigens niet zo is - maar wij hier in Nederland overklassen ze moeiteloos met al onze winterporno.[3]  
  3. een eigenschap van potloden
    • Met potloden van een hoge hardheid kun je scherpe lijnen trekken. Met zachtere potloden kun je makkelijker een vlak vullen. 
  4. een eigenschap van water: hoeveel mineralen erin zitten
    • De hardheid van het drinkwater bepaalt hoeveel wasmiddel je in je wasmachine moet doen 
  5. een eigenschap van röntgenstralen
    • Harde röntgenstralen hebben een groter doordringend vermogen dan zachte röntgenstralen 
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Jeroen Wester 26 maart 2017
  3. NRC Japke-d. Bouma 19 januari 2017