hardhandig

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hard·han·dig
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van hard en hand met het achtervoegsel -ig [1]
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen hardhandig hardhandiger hardhandigst
verbogen hardhandige hardhandigere hardhandigste
partitief hardhandigs hardhandigers -

Bijvoeglijk naamwoord

hardhandig

  1. ruw, krachtig en doortastend maar vaak ook gewelddadig
    • Hij was een hardhandig leider die veel zaken wist te verwezenlijken. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen