Naar inhoud springen

hapert

Uit WikiWoordenboek
  • ha·pert
vervoeging van
haperen

hapert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haperen
    • Jij hapert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van haperen
    • Hij hapert. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van haperen
    • Hapert!