handwerksman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·werks·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handwerksman handwerkslieden
handwerksmannen
handwerkslui
verkleinwoord handwerksmannetje

Zelfstandig naamwoord

handwerksman m

  1. (beroep) een ambachtsman
    • Hedendaagse voorbeelden van ambachtslieden: timmerman, metselaar, smid, bakker, slager. 

Gangbaarheid