handteken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·te·ken

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie als zelfstandig naamwoord

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handteken handtekens
verkleinwoord handtekentje handtekentjes

Zelfstandig naamwoord

handteken o [1]

  1. teken met de hand

Werkwoord

vervoeging van
handtekenen

handteken

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handtekenen
    • Ik handteken. 
  2. gebiedende wijs van handtekenen
    • Handteken! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van handtekenen
    • Handteken je? 

Gangbaarheid

80 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.

Verwijzingen