handstand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Handstand
Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handstand handstanden
verkleinwoord handstandje handstandjes

Zelfstandig naamwoord

handstand m

  1. het staan op de handen of nog erger op één hand
     Eenmaal aangekomen op de pas vermaakte ik me, net als de poedelnaakte Goldie, door foto’s te nemen terwijl we een handstand maakten met de betoverende Kings Canyon bergen op de achtergrond.[1]

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tim Voors “Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers op Wikipedia
  2. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be