handstand
Uiterlijk

- hand·stand
- samenstelling van hand zn en stand zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | handstand | handstanden |
| verkleinwoord | handstandje | handstandjes |
de handstand m
- positie waarin je jezelf met de benen recht omhoog met de armen gestrekt langs het hoofd van de grond houdt
- ▸ Eenmaal aangekomen op de pas vermaakte ik me, net als de poedelnaakte Goldie, door foto’s te nemen terwijl we een handstand maakten met de betoverende Kings Canyon bergen op de achtergrond.[1]
- handenstand (uitspraakvariant)
- Het woord handstand staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "handstand" herkend door:
| 99 % | van de Nederlanders; |
| 92 % | van de Vlamingen.[2] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ Tim Voors“Alleen, De Pacific Crest Trail te voet van Mexico naar Canada”, eBook: Mat-Zet bv, Soest (2018), Fontaine Uitgevers

- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 9
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 99 %
- Prevalentie Vlaanderen 92 %