handstand

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Handstand
Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·stand
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handstand handstanden
verkleinwoord handstandje handstandjes

Zelfstandig naamwoord

handstand m

  1. het staan op de handen of nog erger op één hand

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.

Meer informatie