handsfree

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

adapter voor de mobiele telefoon waardoor handsfree bellen mogelijk is
Uitspraak
Woordafbreking
  • hands·free
Woordherkomst en -opbouw
  • samenstelling uit het Engels hand en free met het invoegsel -s-
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen handsfree
verbogen
partitief handsfrees s -

Bijvoeglijk naamwoord

handsfree

  1. van iets (m.n. een mobiele telefoon) dat je het kunt gebruiken zonder dat je daarvoor je handen nodig hebt
    • Ik hang op,' zei ze, 'want ik bel niet handsfree. Dag.' Ze drukte het gesprek weg, legde het mobieltje op de passagiersstoel en begon de lange rij vrachtauto's voor haar in te halen. [1] 
    • Hij stak de handsfree set in de telefoon en vroeg me gehaast welk nummer er gedraaid moest worden. Ik gaf het nummer van Amber door. De telefoon ging over, twee keer, daarna hing de journalist op. Ik wist dat Amber, indien ze het Marokkaanse nummer — beginnend met +212 - in haar schermpje zag oplichten, direct zou terugbellen. We keken beiden gespannen naar de telefoon. Nog geen dertig seconden later belde ze. Ik deed de oordopjes snel in. [2]  
Synoniemen
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
92 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Berg, Michael Een echte vrouw 2014 ISBN 978-90-443-2584-3 pagina 330
  2. Oubelkas, Joseph 400 brieven van mijn moeder 2011 ISBN 978-90-484-9014-1 pagina 159