handje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·je

Zelfstandig naamwoord

handje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord hand
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Uitdrukkingen en gezegden
  • van het handje zijn.
een (mannelijke) homoseksueel zijn.
  • zijn handjes laten wapperen.
eraan (beginnen te) werken.
Vertalingen


Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be