handhaafbaarders

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·haaf·baar·ders

Bijvoeglijk naamwoord

handhaafbaarders

  1. partitief van de vergrotende trap van handhaafbaar
    • Dat is iets handhaafbaarders...