handeldreef

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del·dreef

Werkwoord

vervoeging van
handeldrijven

handeldreef

  1. (in een bijzin) enkelvoud verleden tijd van handeldrijven
    • ... dat ik handeldreef. 
    • ... dat jij handeldreef. 
    • ... dat hij, zij, het handeldreef.