handelde af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • han·del·de af
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

vervoeging van
afhandelen

handelde af

  1. enkelvoud verleden tijd van afhandelen
    • Ik handelde af. 
    • Jij handelde af. 
    • Hij, zij, het handelde af. 


Gangbaarheid