handboei

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Handboeien.
Speedcuffs Front P2P.jpg


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand·boei
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord handboei handboeien
verkleinwoord handboeitje handboeitjes

Zelfstandig naamwoord

handboei v/m

  1. een paar aan elkaar verbonden afsluitbare ringen, meestal van staal of een moeilijk te breken kunststof vervaardigd waarmee iemand de handen gebonden worden
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be