hand-en-spandiensten

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hand-en-span·dien·sten
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord - hand-en-spandiensten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

hand-en-spandiensten mv

  1. diverse ondersteunende werkzaamheden
    • Hij gaat vaak op vrijdagochtend naar de club om alvast wat hand-en-spandiensten te verrichten die het de trainers en leiders op zaterdag wat makkelijker maken. "Ballen oppompen, cornervlaggen, dat werk. (…)" [3]
Schrijfwijzen

Gangbaarheid

Verwijzingen