hamster

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
En hamster
Een hamster

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • ham·ster
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘knaagdier’ voor het eerst aangetroffen in 1515 [1]
  • [2]
enkelvoud meervoud
naamwoord hamster hamsters
verkleinwoord hamstertje hamstertjes

Zelfstandig naamwoord

hamster v

  1. (knaagdieren) Cricetus cricetus op Wikispecies, klein knaagdiertje dat als huisdier gehouden kan worden
    • Hij heeft een hamster als huisdier. 
Synoniemen
Hyperoniemen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
hamsteren

hamster

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hamsteren
    • Ik hamster. 
  2. gebiedende wijs van hamsteren
    • Hamster! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van hamsteren
    • Hamster je? 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
hamster hamsters

Zelfstandig naamwoord

hamster

  1. (knaagdieren) Cricetus cricetus op Wikispecies, hamster
    «He has a hamster
    Hij heeft een hamster.


Frans

Uitspraak
Woordafbreking
  • ham·ster
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  hamster     le hamster     hamsters     les hamsters  

Zelfstandig naamwoord

hamster m

  1. (knaagdieren) Cricetus cricetus op Wikispecies, hamster
    «Il a un hamster
    Hij heeft een hamster.


Zweeds

Uitspraak
  enkelvoud meervoud
onbepaald bepaald onbepaald bepaald
nominatief   hamster     hamstern     hamstrar     hamstrarna  
genitief   hamsters     hamsterns     hamstrars     hamstrarnas  

Zelfstandig naamwoord

hamster, g

  1. (knaagdieren) Cricetus cricetus op Wikispecies, hamster
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen