halverwege

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hal·ver·we·ge
Woordherkomst en -opbouw

Bijwoord

halverwege

  1. op het middelpunt van een weg
    • Dit huis staat ergens aan het begin van de straat en niet halverwege. 

Voorzetsel

halverwege

  1. in het midden van iets
    • Deze speler mag zich halverwege het seizoen de meest waardevolle speler van de eredivisie noemen. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen