halsjuk

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

halsjuk
Uitspraak
Woordafbreking
  • hals·juk
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord halsjuk halsjukken
verkleinwoord halsjukje halsjukjes

Zelfstandig naamwoord

halsjuk o [1]

  1. een houten juk dat om de nek van een trekdier wordt gelegd zonder dat de ademhaling wordt belemmerd
  2. middel om gevangenen te belemmeren te ontsnappen
Synoniemen

Gangbaarheid

60 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen