halsbandparkiet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • hals·band·par·kiet
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord halsbandparkiet halsbandparkieten
verkleinwoord halsbandparkietje halsbandparkietjes

Zelfstandig naamwoord

halsbandparkiet m

  1. (vogels) (Psittacula krameri) papegaaiachtige vogel die als huisdier wordt gehouden
    • De halsbandparkiet is een exoot die zich prima weet te handhaven in West-Europa 

Meer informatie

Gangbaarheid